Herpesvirus bij honden

Op deze pagina wordt er iets dieper ingegaan op een virale infectie bij honden die misschien iets minder bekend is bij hondeneigenaars: Herpesvirus.

Herpesvirus veroorzaakt vooral problemen bij pasgeboren pups tot de leeftijd van 1 à 3 weken. Oudere pups kunnen nog problemen ondervinden, maar dit komt minder voor.

Herpesvirus


Herpesvirus doet velen wellicht denken aan koortsblaasjes bij mensen. Ook daar ligt Herpesvirus aan de basis, al gaat een infectie niet over van hond naar mens of omgekeerd. Net zoals bij koortsblaasjes blijft het virus wel continu "verborgen" aanwezig en kan het af en toe terug de kop op steken.
Eens in de omgeving is het een zwak virus dat snel afsterft in de omgeving. Ook zijn normale zepen zijn al voldoende om het virus te doden.
Een infectie gebeurt meestal door intensief contact van de muil of neus met geïnfecteerd vocht. Vele honden vertonen geen ziektesymptomen maar blijven wel de rest van hun leven drager van het virus met af en toe momenten dat ze het virus terug verspreiden. Van belang voor de puppies is echter de infectie tijdens hun groei in de baarmoeder of kort na de geboorte. 
Herpesvirose is een aandoenig die frequent voor problemen zorgt zowel bij particulieren als in hondenkwekerijen en kennels.

Symptomen


Een infectie bij pups (jonger dan 3-4 weken) veroorzaakt snel eenzeer dodelijk aandoening. Infectie op latere leeftijd kan ook fataal zijn, maar deze infecties zijn minder voorkomend dan deze op jonge leeftijd. Een geïnfecteerde pup zal snel stoppen met eten, is abnormaal kalm en zijn lichaamstemperatuur zal snel dalen. Een stadium later volgt algemene zwakte en uiteindelijk sterfte binnen de 10-14 dagen na de geboorte. Het moederdier zelf vertoont zelden ziektesymptomen.
Naast postnatale sterfte kan ook een onvruchtbare dek, een kleinere nestgrootte en abortus een gevolg zijn van Herpesvirus.

 

Behandeling


Een behandeling is meestal weinig effectief en de nadruk ligt dan ook eerder op de preventie. De behandeling kan uitsluitend gericht zijn op het milderen van de symptomen, maar helaas zijn er vaak permanente beschadigingen aan organen bij de pups die de infectie alsnog overleven.

Preventie


Een goede hygiëne is altijd aangewezen en al zeker tijdens de laatste 3 weken van de dracht en de eerste 3 weken na het werpen.
Daarnaast is er een vaccin op de markt dat gebruikt kan worden bij het moederdier. Door het geven van dit vaccin gaat het moederdier antistoffen aanmaken die zij op haar beurt doorgeeft aan de pups.
Aangezien antistoffen tegen herpesvirus slechts zeer kort aanwezig blijven in het lichaam (zowel na vaccinatie als na infectie) wordt het aangeraden om bijelke dracht 2 maal te vaccineren.
Een eerste vaccinatie gebeurt 7 à 10 dagen na de dekking, de 2de vaccinatie gebeurt  1 à 2 weken voor de geplande werpdatum.
Meer informatie over kweken met je hond? Lees er alles over op onze pagina over voortplanting.